| |
|
|
|
|
|
|||
|
|
Zolang de instrumenten om te bouwen ons niet uit de handen vallen of eruit geslagen worden, zolang zijn we verplicht creatief te antwoorden op alles wat wars ligt en vaak als tegenslag wordt bestempeld. | ||
|
De geschiedenis heeft haar rechten Ik richtte een post-graduaatsvorming op in Freudiaans-Lacaniaans perspectief, d.w.z. trouw aan het gezichtspunt van de lekenanalyse en tegengesteld aan het "Beroeps-Verbod" voor niet-psychologen, van het onrechtmatig corporatisme dat welig tiert, zelfs in academische milieus Kortom, heel mijn inspiratie van toen was tegengesteld aan de belangenvermenging waaraan sommigen zich maar al te graag in de psychologie bezondigen. De principiële en ethische grondslagen die mijn uitgangspositie vormden, zijn niet langer geldig in wat rest van dit post-graduaat. Wat ervan rest is pure opportunistische exploitatie van de kruimels die van mijn tafel vielen. Wat aan de universiteit door de concurrerende kaders in de psychotherapie niet lukte, wordt nu gerealiseerd door mijn erfgenamen: een nog met de naam van de psychoanalyse genoemd gedoe, een soort uitverkoop van een lacanistisch gekleurd Meesterdiscours dat zich onderwerpt aan het leeg formalisme van de programmaopbouw. Men denkt er niet langer na over hetgeen noodzakelijk is om de analyse, die naam waard, mogelijk te maken, noch over haar subversieve dimensie in het veld van de psychische hulpverlening, noch over de voorbeeldfunctie die ze altijd gehad heeft . Een nieuwe lente en een nieuw geluid Onder de vleugels van de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte werd iets van mijn inspiratie inzake psychoanalyse voortgezet in de Post-Academische Vorming "Psychoanalyse, Fenomenologie, Neurowetenschappen: Wetenschapsfilosofische en Klinische Perspectieven". We erkennen graag dat het oorspronkelijk opzet werd aangevuld met belangrijke accenten die Gertrudis Van de Vijver en Filip Geerardyn daar hebben aangebracht. Het is dan ook met enthousiasme dat ik dit initiatief steun en er mijn medewerking aan verleen. Velen uit het Gezelschap en Idesça vroegen naar een vorming die onafhankelijk zou kunnen doorgaan ook als de strijd de structuren komt te bedreigen, die zou kunnen doorgaan al was het maar om de idee van de lekenanalyse te verdedigen en concreet te belichamen waar ze nu meer en meer in het gedrang dreigt te komen. Hoe gek ook gezien de universiteiten noch over voldoende personeel beschikken, noch over voldoende hoog gekwalificeerd personeel inzake psychoanalyse en psychotherapie. Bekentenis die men in alle Europese universiteiten hoort en waarover men zich hier niet lijkt ongerust te maken. Enfin, het vormingsinstituut! Daarom het Vormingsinstituut als constructie tussen het Gezelschap en Idesça. Met deze constructie wordt de waarheid van het oorspronkelijk initiatief gerestitueerd. Ze neemt als feitelijke vereniging duidelijk de vorm aan van een "trait d'union" waardoor de nodige onafhankelijkheid ervan gegarandeerd wordt, als het erkent niet te kunnen zonder de actieve inzet van leden analytici en van specialisten die moeten uitgenodigd worden. Het vormingsgebeuren wordt onderbouwd door enkele grote principes.
Eerst en vooral is duidelijk dat het koninginnestuk van elke vorming
tot analyticus, met name de eigen analyse, aan de controle van elk instituut
blijft ontsnappen. Men kiest zelf, op grond van de overdracht, bij welke
erkende analyticus men zijn kuur wil opzetten. Dit vormt een beginpunt
dat structureel ontsnappen moet aan een vormingsinstituut, maar vooral
aan welke institutie ook.
Daar het de bedoeling is dat men zijn vorming kan spreiden volgens de eigen noodwendigheden, zal elke vormingseenheid, zal elke module recht geven op een aantal "credits" die op het attest vermeld worden. Een certificaat wordt slechts verleend aan een zekere hoeveelheid met vrucht behaalde credits. Het vormingsinstituut kan elders gevolgde vorming toetsen en erkennen, en dus mee verrekenen via equivalenties voor het certificaat. Elke module uit de vorming wordt gedragen door twee vaste leden die de verantwoordelijkheid ervoor op zich nemen. Minstens één van hen behoort tot de werkgroep van het Gezelschap. Slechts bij uitzondering kan van deze regel afgeweken worden mits toelating verstrekt door het triumviraat, het driespan dat het Vormingsinstituut trekt. Dit College van het driemanschap - Claudine Crommar, Pat Jacops en Julien Quackelbeen - kan zich voor allerlei adviezen door experts laten bijstaan. Om in overeenstemming te zijn met de kern van de psychoanalyse moet het probleem gesteld worden van de overdraagbaarheid naar een breder publiek van wat in wezen de heel particuliere ervaring van een kuur uitmaakt. Vandaar dat bij elke module de aanwezigheid van minstens één analyticus vereist is opdat hij zou kunnen getuigen van deze ervaring. We vergeten niet dat Freud ons daarin met zijn "Traumdeutung" is voorgegaan op een voorbeeldige manier. Aan elk van ons een weg te vinden die ons past om te getuigen. Een kwestie van stijl ! Van wie zich inschrijft zal veel gevraagd worden : voor alles en uitsluitend dat hij/zij de verantwoordelijkheid zou opnemen voor zijn eigen vorming. Daarmee zijn wij verzekerd van zijn medewerking, zijn de ingeschrevenen verzekerd van onze betrokkenheid. Er wordt geen cursus gehouden zonder betrokkenheid, geen geneutraliseerd college gehouden zoals men dit al te veel doet waar de zgn. "lesgevers" een schare "studenten" induceren die hun tijd op de banken verdoet. Een gevarieerd pakket van leerinhouden, van leervormen en van wijzen van organisatie kan daarop een begin van antwoord geven : stages, praktische oefeningen, tekststudie, gevalsstudies, controles, klinische presentaties, "telescoped reteaching", intensieve "summerschool", octaviaanse discussie, Dit alles geeft wel een gevarieerde vorming, maar volstaat echter op zich niet. Zoals de idee van een lineair gegradueerd en systematisch onderricht op zich niet volstaat omdat het niet overeenstemt met de structuur van het onbewuste, van het psychisme. Alles hangt daar in tegendeel af van het feit of de aard van het weten het gevolg is van een verder uit de kuur gepuurd weten. Wanneer dit weten voortspruit uit een zich willen beroepen op een weten dat vreemd gebleven is aan de persoonlijke ervaring in de analyse, dan reproduceert het enkel de koers die past bij de carrière-uitbouw van de nieuwe universitair. Een weinig zoals we het jaarlijks meemaken : "le nouveau Beaujolais est arrivé"! Hoe nieuw is dit alles wel? Even nog een kort voorbeeld : men spreekt over kwaliteitsoverwegingen op het ogenblik dat de zorg om de kwaliteit van de vorming verloren ging en men iets anders moet verbergen. Het onbewuste toont zich echter in wat niet kan ophouden te spreken, te schrijven, te dromen, ... Julien Quackelbeen |
|||