| |
|
|
|
|
|
| Seminaries
2011-2012
Alle seminaries gaan in principe door in de Oude Brandweerkazerne (ingang rechts, tweede verdieping), Academiestraat 6 - 9000 Gent. Voor sommige seminaries kan hiervan evenwel worden afgeweken.
1. Het oeuvre van oorspronkelijke auteurs binnen het veld van de psychoanalyse2. Fundamentele concepten |
|
1.1. Introductie tot het werk van Freud: “Il n’y a pas de rapport sexuel”. Jean-Pierre Van Eeckhout, David Blomme, Wim Galle, Veroniek Knockaert, Mieke Opsommer. In zijn twintigste seminarie Encore herneemt Jacques Lacan de vraag van de psychoanalytische ethiek en gaat zijn gedachtegang uit naar de onmogelijkheid van de seksuele verhouding. Opvallend genoeg verwijst hij hierbij nu eens niet naar tekstfragmenten uit Freuds oeuvre, terwijl de lectuur van het seminarie deze nochtans oproept. Het lijkt wel of Lacan ervan uit gaat dat we deze impliciete referenties al te goed kennen. Tijdens onze werkbijeenkomsten nemen we Lacans uitspraak “il n’y a pas de rapport sexuel” als menselijke essentie, als leidraad bij het herlezen van enkele geschriften van Freud: Brief aan Romain Roland (1936), De waan en dromen in ‘Gradiva’ van W. Jensen (1907), Psychoanalytische opmerkingen over een autobiografisch geval van paranoia (1911), Drie verhandelingen over de theorie der seksualiteit (1905), Over de vrouwelijke seksualiteit (1931) Data: Zeven maandagavonden van 20u00 tot 22u00. Data: 21 november, 12 december 2011, 23 januari, 13 februari, 12 maart, 16 april en 14 mei 2012
|
|
1.2. Introductie tot het werk van Lacan: Lectuur van “Fonction et champ de la parole et du langage en psychanalyse” Pat Jacops & David Schrans In dit seminarie lezen we Lacans tekst «Fonction et Champ de la Parole et du Langage en Psychanalyse» uit 1956. In deze tekst ontwikkelt Lacan zijn theorie van de symbolische orde en haar rol in de analyse. Hij neemt hierbij een particuliere positie in binnen het veld van de toenmalige psychoanalyse, waarvan hij afstand neemt. Dit bleef niet zonder repercussies. In een eerste beweging zullen wij deze tekst historisch situeren. Vervolgens gaan wij over tot de effectieve lectuur van de tekst, met aandacht voor Lacans aanwending van het structuralisme en de linguïstiek, zijn introductie van de drie ordes (Symbolische, Imaginaire en Reële) en zijn ‘retour à Freud’. Hierbij gaan we niet voorbij aan Lacans unieke stijl die bij tijd en wijle een afspiegeling lijkt te zijn van zijn taaltheorie. Op die manier hopen wij de deelnemers te voorzien van een bruikbare inleiding tot de lectuur van het werk van Lacan. Data: Acht donderdagavonden van 20u30 tot 22u30. Data: 10 november, 8 december 2011, 12 januari, 9 februari, 9 maart, 19 april, 10 mei en 7 juni 2012. |
|
1.3. Lectuur van Lacans Xe Seminarie “L’angoisse”: « L’angoisse de l’objet, l’objet de l’angoisse ». Louis-Georges Papon & Gertrudis Van de Vijver «L'angoisse n'est pas sans objet». Voici une annonce qui probablement fut Negen vrijdagavonden van 20u30 tot 22u30. Data: 21 oktober, 18 november, 23 december 2011, 20 januari, 24 februari, 23 maart, 27 april, 25 mei en 29 juni 2012. |
|
2.1. De drift bij Freud. Wouter Mareels & Jean-Pierre Van Eeckhout Zijn de driften in Freuds Ontwerp (1895) louter endogene excitaties, schimmige entiteiten die nauwelijks benoemd worden en die als afweermechanisme ten dienste van het lustprincipe functioneren, dan wordt het driftleven doorheen zijn latere oeuvre al ras heel wat complexer. In dit seminarie nemen we enkele teksten onder de loep die getuigen van deze evolutie, gefocust op de notie van de drift: Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit (1905), Ter introductie van het narcisme (1914), Aan gene zijde van het lustprincipe (1921), Het Ik en het Es (1923) en Psychoanalyse: Freudiaanse school (1926). Acht dinsdagavonden van 20u30 tot 22u30. Data: 8 november, 13 december 2011, 10 januari, 14 februari, 13 maart, 17 april, 15 mei en 12 juni 2012. |
|
2.2. Het onbewuste (lopend seminarie waarvan de inschrijvingen afgesloten zijn) Jeroen Donckers & Robert Flamant Het eigene aan de psychoanalyse is dat er geluisterd wordt naar het onbewuste, naar wat niet ophoudt zich te zeggen doorheen het gesprokene. De eenvoud of helderheid van deze stelling is echter zeer bedrieglijk. Waar spreekt de psychoanalyticus over, wanneer hij het over het onbewuste heeft? Elkeen die klinisch werkt, luistert ook. Maar naar wat? Het is rond deze vraag dat het seminarie zich organiseert: wat beluistert de psychoanalyticus? De structuur van het driftleven? Het oedipuscomplex? Het niet-gezegde? Betekenaars? De primitieve emotionele ontwikkeling? ... Alleen al Freud formuleerde hierop verschillende antwoorden. In de eeuw die gevolgd is, diversifieerde het antwoord zich nog meer. Er wordt gewerkt doorheen de lectuur van Freud, Lacan, Winnicott, … doorheen de lectuur van casussen, van getuigenissen over analyses… . Resterende data: twee dinsdagavonden van 20u30 tot 22u30, op 11 oktober en 15 november 2011. |
|
3.1. Een structurele lezing van het psychotische lijden. Marc Ledoux & David Van Bunder Vorig jaar bekeken we de wijze waarop de primaire symptomen als onderliggende drijfveer van de psychotische organisatie fungeren. Dit jaar bekijken we hoe deze organisatie zich manifesteert in het psychotische lijden zoals we dit in de kliniek ontmoeten. We laten ons hier hierbij leiden door de onverbrekelijke band tussen theorie/methode enerzijds en de klinische praktijk anderzijds, zoals we deze in de disciplines van de psychiatrie en psychoanalyse aantreffen. Drie auteurs zullen hierbij als onze gids fungeren: Viktor Tausk, Sandor Ferenczi en Ernst Kretschmer. In het œuvre van deze drie auteurs vinden we telkens een verdieping van een bepaald domein van deze constructie. Kretschmer nodigt ons in zijn boek « Der sensitive Beziehungswahn » (1918) uit om de doorleefde ervaringen van psychotische mensen in een differentiële diagnostiek te vertalen. Van Ferenczi lezen we “Taalverwarring tussen volwassenen en kinderen” (1912) en uittreksels uit zijn “Journal Cinique” (1932). Ferenczi toont hier aan dat tezelfdertijd voorzichtigheid en durf vereist is om in de klinische praktijk grondelementen in de constructies te openbaren en te kanaliseren. De centrale tekst van dit seminarie wordt echter “Over het ontstaan van het beïnvloedingsapparaat in de schizofrenie” (1919) van Tausk. Deze tekst verzamelt de grondelementen in een klinisch-structurele analyse van de psychische instanties. Het lichaam treedt hier naar voor als plaats van verschillende transformaties. “Gevoelig voor”, “overgevoelig aan”, “revendikatie”, “verwijtend”, “verstik-kend” en “beinvloeding” zijn termen die de verhouding van de mens met de andere karakteriseren en die in hun “te veel” pathologische processen openbaren. Data: Twaalf maandagavonden van 20u00 tot 22u00. Data: 3 oktober, 24 oktober, 14 november, 5 december, 19 december 2011, 16 januari, 6 februari, 27 februari, 19 maart, 9 april, 30 april en 21 mei 2012.
|
|
3.2. Klinische gesprekken met de psychose – de overdracht. Frederik Van Driessche & Wouter Mareels De kliniek van de psychose wordt bestudeerd aan de hand van de schriftelijke neerslag van klinische gevalspresentaties van psychotici door Lacan. De aandacht gaat in het bijzonder uit 1. naar het in kaart brengen van de overdrachtsvormen; 2. naar de manier waarop Lacan de overdracht hanteert en 3. naar het vraagstuk van de finaliteit van het werken met psychotici. Data: Zes donderdagavonden van 21u00 tot 23u00. Data: 19 januari 2012, 2 februari, 29 maart, 26 april, 24 mei en 21 juni 2012. |
|
4.1. De wereld, de gedachtewereld van het kind, analytisch beluisterd. Karen Deneckere & Mieke Opsommer Elke bijeenkomst focust op het verhaal van één kind zoals dit verhaal tot stand komt in dialoog met een ander, met de analyticus. Analytici gaan er immers van uit dat elk kind een eigen verhaal in zich draagt maar zij stellen vast dat het kind dit soms om allerhande redenen laat stokken, moet verborgen houden. In dit seminarie wordt kennis gemaakt met de manier waarop een kinderanalytica, in haar praktijk, dat particuliere verhaal laat tevoorschijn komen doorheen een proces van spreken, spelen en tekenen. Zo zal duidelijk worden hoe moeizaam het voor een kind kan zijn om, worstelend met wat het ziet, hoort, denkt, weet, nog niet weet, een realiteit op te bouwen waarbinnen het zich veilig weet. Zo zal duidelijk worden hoe een analytische therapie met kinderen kan bijdragen tot het construeren van een psychische wereld waarbij de gedachten niet langer kwellende spoken moeten zijn maar ervaren kunnen worden als de bron van een eigen bestaan in verhouding tot meerdere anderen. Data: Vijf woensdagavonden van 20u30 tot 22u30. Data: 26 oktober, 7 december 2011, 8 februari, 25 april en 13 juni 2012. |
|
5. Controleseminarie Josée Roymans & Karen Deneckere Misschien is het een van de basisstellingen van de psychoanalyse dat men zijn klinisch werk niet kan blijven doen zonder een continue reflectie over het werkveld. Het volgen van lezingen, de deelname aan seminaries, het werken in cartels, kortom, alles wat een permanente vorming kan bieden, worden er gezien als noodzaak om het dagelijkse werk snedig te houden. Ook de controleseminaries zijn hiervan een noodzakelijk onderdeel. De deelnemers aan dit seminarie (psychoanalytici en psychotherapeuten, verplegers, sociaal assistenten, opvoeders …, kortom elk een die met subjecten werkt en door dit werk gegrepen wordt), verzamelen zich maandelijks om te spreken over de moeilijkheden die zich voordoen in het werkveld Data: Zeven woensdagavondavonden van 20u30 tot 22u30. Data: 9 november 2011, 11 januari, 1 februari, 28 maart, 4 april, 2 mei en 6 juni 2012. |
|
6.1. Psychoanalyse en literatuur Jeroen Donckers & Bert De Meulder Het seminarie wordt georganiseerd rondom de lectuur van romans. Elke bijeenkomst wordt ingeleid door een gastspreker, die zich voor zijn bijdrage laat leiden door een roman naar zijn of haar keuze. Deze lectuur ontmoet de psychoanalyse, hetzij langsheen het onbewuste van de gast, dat van de auteur, een herontdekking van een concept, een gesprek, kortom, tussen literatuur en psychoanalyse, zonder dat ze tot elkaar herleid worden. Het is de uitdrukkelijke bedoeling dat de deelnemers de romans ook zelf lezen, om zodoende mee vorm te kunnen geven aan het gesprek dat ingeleid wordt door de gastspreker. Data: Acht vrijdagavonden van 20u30 tot 22u30. Data: 28 oktober, 25 november, 16 december 2011, 27 januari, 17 februari, 16 maart, 20 april en 11 mei 2012. |
|
6.2. Psychoanalyse en film: Verhalen en fantasma binnen de subjectwording. Filip Geerardyn, Wim Matthys & Marleen Stevens Aan de hand van een aantal films kaarten we het thema van de subjectwording aan. Dit laatste wordt opgevat als het dynamische en continue interactieproces tussen het biologische wezen van de mens en de Ander. Meer specifiek focussen we op de vraag naar de functie van verhalen en van het fantasma – in het algemeen: van narratieve structuren – binnen de subjectwording, dat wil zeggen binnen het psychoanalytische verhaal over hoe een mensenkind zich wel moet gaan verhouden – weze het gedecentreerd – tot de Ander en de dingen. Dit jaar opteren we voor de films: 2001, A Space Odyssey (1968) en Full Metal Jacket (1987) van Stanley Kubrick; La Pianiste (2001), naar de roman van Jelinek, en Das Weisse Band (2009) van Michael Haneke. Een vijfde film houden we nog in beraad. Data: Vijf dinsdagavonden met telkens één filmbespreking van 20u00 tot 22u00. Data: 25 oktober, 22 november, 20 december 2011, 17 januari, 7 februari 2012. Indien wenselijk, organiseren we in de voorafgaande week de vertoning van de betreffende film. |